|
De geschiedenis van dit orgel vangt aan in 1898. In dat jaar levert de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden een nieuw orgel voor de Doopsgezinde Kerk te Dordrecht.
|
|
In 1968 wordt dit orgel aangekocht door de Gereformeerde Gemeente te Capelle aan den IJssel. De Firma Verschueren te Heythuysen restaureert het orgel bij deze gelegenheid.
De Holpijp 8' en Roerfluit 8' alsmede Woudfluit 2' en Octaaf 2' werden verwisseld. De bas van de Bourdon 16' van het Manuaal werd gebruikt als Subbas voor het Pedaal. De discant werd verwijderd. Het Hoofdwerk werd uitgebreid met een nieuwe Mixtuur en een Trompet uit voorraad van Verschueren. De Viola di Gamba van het Nevenwerk moest het veld ruimen voor een Ruispijp 2 sterk.
Ook de intonatie werd aangepast naar de gewoonte van de tijd door het verhogen van de winddruk alsmede het vergroten van diverse pijpvoetopeningen.
Het uiterlijk van het orgel werd bij deze restauratie geschonden door het front te vervangen. De registertrekkers werden voorzien van kunststof knoppen.
In 1978 werd het Nevenwerk door W.N. de jongh te Lisse voorzien van een Kromhoom, toegevoegd op een kantsleep. Tevens wijzigde deze orgelmaker bij deze gelegenheid de Ruispijp in een Sesquialter.
|
|
|
|
Systeem: mechanische sleeplade-systeem
Windvoorziening: 1 magazijnbalg
Het orgel blijft ook na deze ingreep te weinig draagkrachtig voor de kerk in Capelle aan den IJssel. Ook verslechtert de toestand van het instrument in de loop der jaren. In 1995 levert de firma Boogaard een nieuw orgel aan Capelle aan den IJssel en neemt het oude orgel in. Dit orgel wordt door de Hervormde Gemeente te Waddinxveen aangekocht.
Voor de plaatsing te Waddinxveen wordt het orgel gerestaureerd. Er worden orientatiebezoeken gebracht aan Bakker & Timmenga-orgels te 's-Gravenzande en Zwartewaal. Uitgangspunt is dat het orgel zoveel mogelijk in oude trant wordt hersteld en dat latere toevoegingen in laat 19e-eeuwse stijl worden herzien.
Het orgel wordt voorzien van een nieuw front waarbij gebruik wordt gemaakt van het front van een laat 19e-eeuws Spanjaard-orgel uit De Krim (oorspronkelijk IJmuiden). De drie torens inclusief frontpijpen alsmede de bekroningen en de vleugelstukken hiervan worden gebruikt. Hiermee heeft het orgel weer een qua stijl en indeling passend front (vergelijkbaar met de situatie in Dordrecht). De restauratie van kas en front werd uitgevoerd door plaatslijke vrijwilligers, begeleid door de orgelmaker.
De beide Manuaalladen werden geheel gerestaureerd, waarbij de toegevoegde kantslepen gehandhaafd bleven. De overige wijzigingen van Verschueren werden zoveel mogelijk ongedaan gemaakt. Zo zijn alle westaflex-conducten vervangen door ordentelijke loden exemplaren. Ook de registermechaniek is in oude trant gereconstrueerd. Voorlopig bleef de pedaallade die Verschueren toevoegde gehandhaafd.
Het is de bedoeling de Bourdon, bij de geplande plaatsing van een vrij Pedaal in een aparte kas achter het orgel, weer aan te sluiten op de Manuaalmechaniek.
De dispositie is herzien
in Bakker & Timmenga-trant. Zo
is de aanwezige Kromhoorn omgewerkt tot een opslaande Klarinet, naar
voorbeeld van 's- Gravenzande.
De Sesquialter is vervangen door
een Viola di Gamba, afkomstig uit de Waddinxveense Brugkerk, en daar bij
restauratie overtollig geworden.
De Cornet, op verhoogde banken toegevoegd, bestaat eveneens uit overtollig
pijpwerk van een Scherp afkomstig uit de Brugkerk. Dit pijpwerk is
herschikt volgens de mensuren van de Cornet in het Bakker & Timmenga-orgel te's-Gravenzande.
De Mixtuur is op verzoek gehandhaafd.
De winddruk is verlaagd en al het pijpwerk is nagezien en verbeterd. De pijpvoetopeningen zijn weer verkleind. Het originele pijpwerk klinkt nu weer zoals Bakker & Timmenga het bedoelde.