Geschiedenis

St.-Andreas-Kirche te Seesen am Harz

De stad Seesen am Harz (Duitsland) had in het begin van de 18-de eeuw 2 grote instrumenten in haar kerken:
Het orgel in de St.-Andreas-Kirche met 26 registers en het orgel in de St.-Viti-Kirche met 22 registers.
Het orgel in de St.-Viti werd gebouwd door Besser, een leerling van Friedrich Stellwagen. Van het orgel in de St.-Andreas is de bouwer onbekend. Het had de volgende dispositie:
Hauptwerk
Octave8'
Gedackt8'
Viola di Gamba8'
Prinzipal4'
Flaut4'
Quinta3'
Octave2'
Terzia1 3/5'
Mixture4 fach
Trompete8'
Rückpositiv
Gedackt8'
Prinzipal4'
Flaut4'
Quinta3'
Octave2'
Sesquialtern2 fach
Mixture4 fach
Galmon8'
Pedal
Bass16' (Holz)
Prinzipal8' (Zinn)
Octave4'
Bauerflaut1'
Mixture5 fach
Posaune16' (Holz)
Trompete8'
Cornetbass2'

Tremulant
2 Zimbelstern

Oorspronkelijke klavieromvang, winddruk en stemming onbekend.

Beide instrumenten waren voor die tijd zeer groots opgezet.
Organist van beide kerken was toen de orgelbouwer en organist Andreas Benteroth, welke de instrumenten ook onderhield. Vermoedelijk werd het orgel kort na het gereedkomen van de St.Andreas-Kirche in 1702 op de tweede galerij gebouwd.

Een koorzanger, welke ook de originele dispositie overgeleverd heeft, schreef in 1750: "Die Orgel ist nicht weniger sehr gut und groß". Verder schreef hij: "Die Orgel, so in recht gutem Stande, hat zwei Clavier, ein Rück Positiv, ein Pedal, drei Bälge und 26 Stimmen. Außerdem hat die Orgel noch einen Tremulanten und zwei Zimbelsterne."

Wat er in de daaropvolgende 150 jaren met het orgel is gebeurd, is onduidelijk. Vermoedelijk hebben er geen grote wijzigingen plaatsgehad.

In 1886 bouwde orgelbouwer Euler een nieuw orgel in de barokke hoofdwerkkas dat, geheel naar de smaak van die tijd, een meer grondtonig karakter had. Slechts een klein deel van het oude materiaal werd opnieuw gebruikt. De rugwerkkas werd verwijderd.

Vanaf 1946 tot 1948 werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd door orgelbouwer Dutkowski. Dit herstel verliep zeer moeizaam.
In 1966 werd dit romantische orgel door de orgelbouwfirma Schmidt & Thiemann overeenkomstig neo-barokke maatstaven aangepast. Door geldgebrek bleven de historische windladen uit 1886 behouden. Wel werden klaviatuur, mechanieken en een deel van het pijpwerk vervangen.
In 1986 werd door orgelbouwer Fischer & Krämer de barokke intonatie ongedaan gemaakt en de 'mildere' romantische intonatie enigszins hersteld.

Het orgel te Seesen voor 1998

De dispositie was na deze ingrepen:
Hauptwerk
Quintade16'
Principal8'
Rohrflöte8'
Octave4'
Gedackt flöte4'
Nasat2 2/3'
Octave2'
Walzflöte2'
Mixture4-6 fach
Zimbel3 fach
Trompete8'
Hinterwerk
Gedackt8'
Principal4'
Roerflöte4'
Spitzflöte2'
Quinte1 1/3'
Sesquialter2 fach
Scharf4 fach
Hobo8'
Pedaal
Subbass16'
Octavbass8'
Octave4'
Mixture4 fach
Trompete16'
Trompete4'

Het kerkbestuur van de St.-Andreas-Kirche heeft in het voorjaar van 1998 tot een reconstructie van het orgel besloten. Het orgel moest in haar originele toestand teruggebracht worden. Deze werkzaamheden werden uitgevoerd door orgelmaker Eule en waren in 2002 bij het 300-jarig bestaan van de kerk gereed. Op 1 oktober van dat jaar werd het orgel weer in gebruik genomen. Seesen heeft weer een instrument, dat in de wijde omgeving bekend is.

Het orgel te Seesen vanaf 2002

Door de reconstructie van het orgel in Seesen kwam het materiaal van de ombouw 1886 vrij. Dit betrof de windladen, windvoorziening, mechanieken en vrijwel al het pijpwerk. Alleen de Rohrflöte van het Hauptwerk en de Gedackt van het Hinterwerk moesten achterblijven aangezien deze nog uit de begintijd van het orgel stamden.

Dit materiaal is door de Gereformeerde Gemeente te Rijssen-West aangekocht. Orgelmakerij Boogaard heeft met behulp van vrijwilligers alles naar Rijssen getransporteerd. Hier is het orgel min of meer terugveranderd naar de situatie van 1886. Ontbrekende registers zijn weer toegevoegd. Voor de Roerfluit 8' en de Viola di Gamba 8' werd gebruik gemaakt van het vrijgekomen pijpwerk uit het oude orgel van de Noorderkerk te Rijssen. De intonatie van het pijpwerk is herzien. Op het Hoofdwerk is een nieuwe tremulant toegevoegd. Het orgel werd van een nieuwe kas voorzien en de mechanieken werden gewijzigd zodat het orgel nu vanaf de zijkant bespeelbaar is (bespeling vanaf de voor- of achterkant is in de nieuwe situatie niet praktisch).

Bij de uitvoering van de werkzaamheden is ook actief bijgedragen door gemeenteleden van Rijssen-West.
Dit alles onder advies en begeleiding van H. den Hollander van de Orgelbouw Advies Commissie van de Vereniging van Organisten van de Gereformeerde Gemeenten (VOGG).

Op 26 april 2003 is het orgel in gebruik genomen.